Juryrapport Woutertje Pieterse Prijs 2026

2025 was een buitengewoon goed jaar voor de jeugdliteratuur – een jaar waarin wij het liefst ook een longlist hadden samengesteld, om wat extra van al het moois in de kijker te zetten. De oogst was niet alleen in kwantitatief opzicht overweldigend (we lazen meer dan 150 titels), ook de kwaliteit was indrukwekkend. Het stemt hoopvol dat auteurs, illustratoren, vormgevers en uitgevers ook in deze onzekere tijden voor het allerbeste gaan, voor alle leeftijden. 

Het aanbod voor de allerjongsten was divers en fraai en ook tussen de Young Adult-boeken zaten pareltjes. We zagen betoverende prentenboeken en lazen opmerkelijk veel rijke poëzie. En wat waren er indrukwekkende informatieve boeken over gedurfde thema’s: beruchte complottheorieën -en hoe je die herkent- (Complot), een lijvig en veelzijdig naslagwerk over Indonesië (Het begon met peper) en een troostrijk boek over rampen – en hoe je daar als mens mee om kan gaan (De boom die alles zag). We zijn onder de indruk van de ambitie van het boekenvak om ook dit soort verhalen te willen vertellen. 

Het was een voorrecht om al dat moois te mogen lezen, al maakte die weelde onze taak allerminst eenvoudig. Want hoe kies je uit dat rijke aanbod het ultieme ‘Woutertje Pieterse’-boek, het origineelste en meest eigenzinnige werk, waarin tekst, illustraties en vormgeving in volmaakte symbiose samenkomen? Hoe bepaal je als jury eensgezind een winnaar wanneer iedereen aanvankelijk zijn eigen favoriet heeft? Het antwoord: door te wikken en te wegen, veel naar elkaar te luisteren, boeken te herlezen en te reflecteren.

Uiteindelijk kwamen we na intensief beraad tot de volgende genomineerden, stuk voor stuk boeken die hun lezers serieus nemen, die taal en beeld tot kunst verheffen en radicaal durven in te zetten op verbeelding.  

Albatros, Yorick Goldewijk (Uitgeverij Ploegsma)
In Albatros wordt Abel op een verdacht stille ochtend wakker en ontdekt hij dat alle mensen in zijn omgeving dieren zijn geworden, waarbij ze in rap tempo hun laatste menselijke trekken verliezen. Zijn moeder wordt wakker als een hert, zijn vader blijkt vogels en katten na te jagen als een hond. Is Abel straks als enige mens over – en waarom? Een bijna filosofisch uitgangspunt voor een dystopisch verhaal dat zich afspeelt in een land waarvan het zuiden en het noorden oorlog met elkaar voeren. Dan ontdekt Abel dat hij toch niet alleen is: uitgerekend in het vijandelijke noorden ontmoet hij het meisje Kat. Ze gaan samen op reis, zodat ze een grotere overlevingskans hebben. Ondanks hun aanvankelijke animositeit laten ze gaandeweg hun vooroordelen varen en bloeit er voorzichtig een vriendschap op.

Albatros is een indringend en ontroerend verhaal over de grote thema’s van nu en de rol van de mens daarin. Ondanks het gitzwarte beeld dat Goldewijk van de mensheid schetst (hebberig, kortzichtig, respectloos), wordt het boek nooit zwaarmoedig. Hij laat in schitterende taal ook de mooie kanten van de mens zien: hoe liefde, vriendschap, vergiffenis, muziek en verbeelding mensen uniek maakt: “Als je alle haat van alle liefde aftrekt, dan blijft er altijd nog iets over.” 

De fascinerende reis van Abel en Kat houdt de lezer een confronterende spiegel voor en blijft spannend tot het onvergetelijke einde: want wie is toch degene die de kinderen observeert? Net als je denkt dat je weet waar het eindigt, komt Goldewijk in het verrassende laatste deel met weer een ander perspectief dat reflecteert op de toekomst.

Alle dingen die mijn opa stiekem is, Gerson Main & Hedy Tjin (Em. Querido’s Uitgeverij)
Alle dingen die mijn opa stiekem is is een prentenboek met een warme gloed. Gerson Main brengt een ode aan de bijzondere en belangrijke relatie tussen grootouder en kind. In heldere, speelse en oprechte taal schetst Main een band, waarbij verbeelding en werkelijkheid moeiteloos in elkaar overlopen: “Ik houd mijn opa al een tijdje in de gaten. Hij doet alsof hij een opa is. Maar ik weet wel beter. Hij is stiekem nog veel meer.” Het boek raakt door zijn oprechtheid en spreekt kinderen rechtstreeks aan, zonder over hun hoofden heen te schrijven. De toon is licht en speels, met liefde voor het leven, en heeft tegelijkertijd een emotionele lading.

Hedy Tjin tilt het verhaal naar een hoger niveau met haar levendige, expressieve illustraties. De kleuren zijn warm en krachtig; de beelden bruisen van energie. De illustraties tonen een kind, opa en familie met een donkere huid op een vanzelfsprekende, liefdevolle manier, wat het boek een belangrijke representatieve waarde geeft. De collage-achtige techniek, waarin verschillende materialen en beelden speels door elkaar lopen, versterkt en verdiept het verbeelden van de vage, kwetsbare staat tussen fantasie en dementie met een vleugje weemoed.

Het gegeven van een opa die “stiekem alles is” biedt ruimte voor fantasie, humor, avontuur en tederheid, maar ook voor het besef dat iemand langzaam verandert of verdwijnt. Die gelaagdheid maakt dat het verhaal ontroert en troost: “Ik weet precies wat opa is wanneer hij zijn ogen dicht heeft. We hebben het hier vaak over gehad.” Het boek geeft kinderen een handvat om na te denken over afscheid, dood en het koesteren van herinneringen zonder dat het zwaar wordt. De verbeelding fungeert als veilige plek, als brug tussen wat was en wat blijft. 

Atman!, Bart Moeyaert & Mark Janssen (Em. Querido’s Uitgeverij)
Echte avonturen, of “een kind dat iets verzint, om gezien te worden”? At, voluit Atman, is na een bezoek aan de bakker de weg kwijt. Weer thuis geraken bij zijn vader en de kat lukt niet zonder eerst heel wat avonturen te doorstaan: een piratenvrouw (die spreekt in een bijzondere, maar verstaanbare taal) neemt hem mee op haar schip – “Wij doen van het sop en de bare” – en na een val in zee komt At in een diep woud terecht waar hij wordt opgewacht door Hem, een wezentje dat steeds groter en scherper wordt. Bart Moeyaert beschrijft dit alles in virtuoze taal, met ritmes en klanken die erom vragen om hardop (voor)gelezen te worden.

Met Atman! neemt Moeyaert de angst en heimwee van kinderen serieus door voluit voor verbeelding te kiezen. At wordt aan een touwtje vastgebonden, valt in zee en wordt daar weer uitgegooid, piraten lusten wel een kindje… Elke zin zingt, klanken dansen, plot en bespiegelingen gaan perfect gedoseerd in elkaar over. Met rake beelden – “Hoeveel stappen blijft een brood warm?” – en in korte, muzikale zinnen vol humor en spanning, tekent Bart Moeyaert de ware betekenis uit van een schijnbaar onbeduidende gebeurtenis, in een schitterend samenspel met de kleur- en fantasierijke prenten van Mark Janssen. Bizarre wezens in krullerige kleurpotloodlijnen, weelderige wouden en een sterk neergezet hoofdpersonage bevolken de verhaalwereld, die het midden houdt tussen een droom, een fantasie en een vertaling van een beleving. 

Het boek is klein, maar compleet, oorspronkelijk en groots neergezet. Bij het uit- en vormgeven (door Herman Houbrechts) van dit verhaal lijkt er aandacht te zijn geweest voor elk detail. Ook de schoonheid van de gekozen letter en de kwaliteit van het papier vallen op. Moeyaert bewijst met Atman! zijn meesterschap en voegt er weer nieuwe taalvormen aan toe, Janssen kleurt het verhaal in met prenten vol verbeelding.

De oorsprong der Dingen, Jacques & Lise (Uitgeverij Pelckmans)
In het oogstrelende en filosofische prentenboek De oorsprong der Dingen zetten Jacques & Lise ons denken op zijn kop en dagen ze lezers uit tot een nieuwe kijk op vertrouwde verhalen. Nog voordat het verhaal begint, in een proloog die kippenvel opwekt, ontstaat er ergens diep onder water een Ding. Nieuw leven – niet uit microben en organismen, zoals we het hebben geleerd, maar uit een oersoep van microplastics. Een strandschepje kruipt aan land als was het een heremietkreeft, plastic zakjes dobberen in de diepzee als kwallen. Deze originele omkering nodigt uit om met een geheel nieuwe blik naar onszelf en onze omgeving te kijken – wie gebruikt wie? – waarbij verwondering en inzoomen een belerende boodschap voorkomen. Het boek is een doordachte compositie, ondersteund door vorm, kleur en bladspiegel. Pseudo-Latijnse benamingen en onderschriften knipogen naar de encyclopedische tekeningen van flora en fauna, de Dingen lijken weggelopen uit de beeldwoordenboeken van kleuters. Stukjes speelgoed, keukengerei, flessen en pennen bevolken een bevreemdende en tegelijkertijd erg herkenbare wereld. Zo brengen de makers wrange humor en luchtigheid in dit prachtig en helder geïllustreerde verhaal.

De oorsprong der Dingen is één van de meest oorspronkelijke inzendingen van dit jaar: een met veel zorg en aandacht vormgegeven, gelaagd prentenboek over het wezen en de natuur der dingen, de kringloop ervan. Een nieuwe Genesis-vertelling voor alle leeftijden die interessante gespreksstof op kan leveren tussen ouders en kinderen, maar waar je ook gewoon uren in kan blijven bladeren en kijken. 

Konijntjes op het kerkhof, Peer Wittenbols & Shamisa Debroey (Uitgeverij De Harmonie)
Peer Wittenbols en Shamisa Debroey durven in Konijntjes op het kerkhof letterlijk en figuurlijk buiten de lijntjes te kleuren. Nog voor je het boek geopend hebt, weet je dat je iets unieks gaat beleven. Het schreeuwt je toe als een punkband in de vorm van een kinderboek. Het is authentiek en eigen, met ongekunstelde en gedurfde gedichten en illustraties. 

Een moeder verliest een kind – “Mijn moeder kreeg drie kinderen/ Nu heeft ze er nog twee” –, de bezittingen van een overleden tante worden uitgedeeld – ”In de koelkast stond nog jam met haren/ Daar zie je niks van zonder bril” –, een eenzaam wantje blijft achter in de sneeuw, ouders zijn op elkaar uitgekeken, seizoenen raken in de war… 

Verdriet, verlies en afscheid zijn opvallend aanwezig in Konijntjes op het kerkhof, maar de kleurrijke, prachtig vormgegeven bundel is veel meer dan een verzameling gedichten over de dood. De teksten vatten de breedte van het leven in gevarieerde verzen en gedichten, waar klank en rijm ongebreideld hun plek opeisen. Er is net zo goed plaats voor angst – “Diep in mijn bed/ daar in mijn bedste dieperik/ waar mijn langste angsten wonen” – als voor hoop, voor filosofische bespiegeling en voor grappige pointes. Wittenbols en Debroey benaderen kinderen als complete medemensen met een volledig arsenaal aan menselijke emoties. “Vanbuiten lijk ik op een kind” maar “geen mens kent/ de verdrietige meneer/ die nu al woont in mij”. Een rijk boek, met een compleet eigen taal en beeld.

Krekel, Annet Schaap (Em. Querido’s Uitgeverij)
Meteen in de openingsscène kruipt Krekel onder je huid: vijf jongensnamen laat Eliza op haar bovenbeen tatoeëren, voor elke broer die er niet meer is. Waar zijn ze? Wat is er met ze gebeurd? Met die intrigerende vragen begint een odyssee die de (voor-)lezer niet snel meer vergeet.  Samen met haar jongste broertje Krekel, vaart Eliza naar de Witte Kliffen om hen te zoeken – maar niet zonder een omweg langs het huis waar hun vader helemaal in de ban is van een betoverende vrouw die ze moeder moeten noemen. De dreiging en het mysterie kruipen als mist tussen de zinnen, die een sprookjesachtige en tegelijk rauwe verhaalwereld oproepen. 

Met Lampje schiep Annet Schaap een wereld waarnaar veel lezers terug verlangden, en met Krekel krijgen ze meer dan waar ze op durfden te hopen. Maar ook zonder Lampje staat Krekel als gloednieuwe klassieker volwaardig op zichzelf. Schaap breidt de wereld die ze in Lampje heeft geschapen meesterlijk uit met nieuwe, treffend gekarakteriseerde personages en fantastische wezens. Ook kleedt ze vertrouwde figuren verder aan. Knap geeft ze alle personages een eigen stem, met als stralend middelpunt de vroegvolwassen Eliza (soms kwetsbaar, dan weer stoer, maar vooral volhardend) en Krekel (eerst klein, afwijkend en stotterend, later steeds resoluter en sterker) die in dit verhaal hun lot herschrijven.

Schaap borduurt met haar verhaal voort op Andersens sprookje De wilde zwanen en De zes zwanen van de gebroeders Grimm, in prachtige zinnen en treffende observaties. “Want zo zijn ze, de mensen: ze willen altijd wat ze niet hebben. En als ze het hebben, willen ze weer iets anders. Zo blijven ze aan de gang.” Krekel heeft alle elementen van een echte klassieker: vol spanning, avontuur, magie en emotie. De (voor-)lezer kan aan Krekel zijn hart ophalen: een kinderboek voor elke generatie, om op verschillende leeftijden (weer) van te genieten. 

U leest: ons enthousiasme over de zes boeken is groot. Vanwege de algehele hoge kwaliteit is een nominatie dit jaar een blijk van zeer hoge waardering. Al deze nominaties vullen elkaar bovendien perfect aan: los van elkaar zijn het al meesterwerken, tezamen vormen ze een magnifieke staalkaart van de jeugdliteratuur vandaag. Toch kan maar één boek bekroond worden. 

Na lang beraad kozen we voor het boek dat in elke vezel ambacht en kunstenaarschap uitdraagt en kinderen serieus neemt, zonder door de knieën te gaan of over hun hoofden heen te praten. Dit boek keert terug naar de kracht van de mondelinge vertelling, de muziek in de taal, het zingen van woorden en beelden. Op elke pagina zindert het boek van verbeelding, humor en spanning – zo overtuigend dat het elke lezer die weleens de weg kwijt is, weer thuis brengt. 

De Woutertje Pieterse Prijs 2026 gaat naar Atman! van Bart Moeyaert en Mark Janssen. 

Amsterdam, 11 april 2026

Rik van de Westelaken (juryvoorzitter)
Charlene Schmeltz
Frauke Pauwels
Eric Huijsen

 

Naar boven