Juffrouw Kachel – Lessuggesties 1992

Boek

Juffrouw Kachel van Toon Tellegen is een heftig verhaal over kindermishandeling op school, meer tragisch dan komisch, maar schitterend geschreven.

De ikfiguur zit bij juffrouw Kachel in de klas en houdt zich onder haar regime staande door een dagboek bij te houden. Dat begint zo:

Juffrouw Kachel slaat op twee manieren.
De eerste manier is met haar knokkels. Ze heeft een ring met een steen aan een vinger, en als ze slaat komt die ring hard tegen je aan, in het midden van je bovenarm.
De rest van de ochtend of middag doet je arm pijn en kun je hem niet goed optillen.
Ze gaat naast je staan, wacht even en slaat dan.
De andere manier is met haar vlakke hand. Die manier is onverwacht. Ze sluipt door het gangpad achter je en geeft je opeens een harde klap op je hoofd: een draai om je oren.
Maar dan wel van achteren.
Meestal schrik je er zo van dat er van alles op de grond valt en je moet bukken om het op te rapen.

Het dagboek over juffrouw Kachel bevat vindingrijke wraakgedachten, in fantasieën, dromen, brieven en een toneelstuk. De ikfiguur zou haar met een circuskanon door het dak van de circustent willen schieten. Hij zou haar willen verzengen met zijn boosheid. Ze zou in stukjes uit elkaar moeten vallen, of een pad worden, zodat je haar in een jampotje kunt stoppen en vergeten. Het zijn allemaal aandoenlijke pogingen die lucht geven aan de broeierige sfeer van onderdrukking in de klas. Juffrouw Kachel is een tiran pur sang; ouders reageren op klachten van hun kinderen in de trant van Dan zul je het wel verdiend hebben of ze vinden juffrouw Kachel een tragisch mens dat eigenlijk hulp nodig heeft.

Het schrijven in een dagboek heeft voor de ikfiguur een magische, bezwerende functie: Ik schrijf net zo lang tot we van haar verlost zijn. Dood of levend. Daarna schrijf ik er geen letter meer in. Hij verheugt zich al op later als hij groot is, want als hij dan schrijver wordt, mag hij zelf verzinnen hoe het met iemand afloopt.
De fantasieën, waarin een machteloos kind zijn woede op een creatieve manier tot uitdrukking brengt, zijn grappig en aantrekkelijk om te lezen. Maar ook wrang, want de enige uitlaatklep van de ikfiguur is zijn verbeelding.

Zowel auteur Toon Tellegen als illustrator Harrie Geelen hebben met Juffrouw Kachel een totaal ander boek gemaakt dan de lezer van hen gewend is. Tellegen als schrijver van vriendelijk-filosofische dierenverhalen is hier nagenoeg onherkenbaar. Een enkele filosofische overweging in Juffrouw Kachel herinnert aan zijn dierenverhalen: Als ze een vlieg was, dan mocht je haar doodslaan. Maar als ze een vlieg was, had ze niets gedaan. Waarom zou je haar dan doodslaan?

Harrie Geelen, bekend van zijn vriendelijke schilderingen van parmantige peuters als Roosje en Jan, experimenteerde hier met grimmige, quasi-naïeve computerprenten vol ritme en herhaling waar pure woede uit schreeuwt. Deze computertechniek verfijnde hij later voor de illustraties bij de bewerkingen van klassieke verhalen van Imme Dros als Odysseus en Ilios.

In de vijfde druk, die in 2009 uitkwam, zijn de zwart-wit prenten uitgevoerd in fullcolour. Dat maakt dat het boek een andere, minder dreigende uitstraling heeft. De tekst is hier en daar licht gewijzigd. Sommige tekstfragmenten zijn verplaatst.

Leeftijd en (voor-)lezen

(Voor-)lezen vanaf acht jaar, groep 5-8. Dit boek is niet mooi en aardig, maar heftig en daardoor niet zomaar voor alle kinderen geschikt. Praat daarom met de kinderen over de vraag of zo’n juffrouw in het echt wel bestaat. Vanwege het hevige onderwerp komt dit boek voor veel kinderen eerder in aanmerking om uit voorgelezen te worden dan om zelf te lezen.

Het boek bestaat uit korte fragmenten die steeds een afgerond geheel vormen en dus goed als fragment voor te lezen zijn. Geschikte voorleespagina’s: pag. 4, 7, 8, 12, 14, 16, 28, 52. (In de eerste druk zijn dit andere pagina’s: 5, 9, 10, 14, 18, 22, 38, 78.)

Voor wie verder wil lezen

Er zijn er verschillende boeken die verwantschap vertonen met Juffrouw Kachel:

  • Roald Dahl: Matilda (1988), 8+. Tot het verschijnen van Juffrouw Kachel was juffrouw Bulstronk uit Matilda van Roald Dahl de vreselijkste schooljuffrouw uit de kinderliteratuur. Matilda zit bij haar in de klas. Juffrouw Bulstronk is zó karikaturaal dat je om haar moet lachen. Ze grijpt een meisje bij haar vlechten, draait haar daaraan rond en zwiept haar het schoolplein over. Ze brult met geestig allitererende scheldwoorden als miezerige mossel, mottige meelworm, jij oliedomme uilebal, jij vuil luizenei. Op juffrouw Bulstronk wordt wraak genomen door stroop op haar stoel te smeren en jeukpoeder in haar gymkleren te strooien. Matilda rekent tenslotte definitief met haar af door middel van toverkunsten. Bulstronk is een slapstickfiguur: je kunt om haar lachen omdat ze niet echt is. Juffrouw Kachel komt realistischer over en is dus bedreigender. Bovendien is het eind van het boek over juffrouw Kachel open: er wordt níet definitief met haar afgerekend.
  • Dolf Verroen: De verschrikkelijke schoolmeester (1991), 9+. Absurdistisch verhaal  waarin de werkelijkheid wordt bekeken via een lachspiegel. De meester van groep acht eist orde en gehoorzaamheid. Wie niet luisteren wil, moet maar voelen. Daarvoor heeft hij afschuwelijke straffen bedacht. Het ergste is dat de meeste ouders vinden dat de meester het goed doet. Zes kinderen uit de klas komen in opstand. Dit verhaal is tot een schoolmusical bewerkt. Zie www.verkeerdebeentje.nl.
  • Dolf Verroen: De verschrikkelijke schooljuffrouw (2007), 9+. Even absurdistisch verhaal over een kille, liefdeloze juffrouw, die zo fanatiek actie voert tegen de opwarming van de aarde dat de kinderen ’s winters bibberend van de kou in de klas zitten.

Er zijn ook boeken over aardige juffen en meesters:

  • Jacques Vriens: Meester Jaap, Meester Jaap doet het weer, Meester Jaap gaat nooit verloren, Meester Jaap maakt er een puinhoop van, Meester Jaap houdt van iedereen!, De dikke meester Jaap (vanaf 1996), 7+, AVI 7/8. Populaire reeks over een gemoedelijke, vindingrijke en sympathieke meester en zijn groep. Realistische, afgeronde verhalen van steeds twee pagina’s die eerder in de kindertijdschriften Taptoe en Jippo stonden.
  • Jacques Vriens: Lieve dikke juffrouw Jans (2000), 4-7 jaar. Vrouwelijke variant van Meester Jaap, maar dan voor kleuters.
  • Rindert Kromhout: Meester Max en de minimonsters (1998), Meester Max en het wiebelkind (1999), Meester Max voor altijd (2000), Meester Max in de dierentuin (voorleesprentenboek, 2002), 4-7 jaar. Uit het leven gegrepen voorleesverhalen over schoolhoofd meester Max die invalt in groep twee. Geestig, gevoelig en warm beschreven.

Groepsgesprek over het boek

Laat de kinderen eerst stoom afblazen over juffrouw Kachel. Ga dan vragen stellen:

  • Wat vind je leuk aan het boek? Of mooi?  Of goed?
  • Wat vind je niet leuk? Of niet mooi? Of niet goed?
  • Wat vind je moeilijk aan het boek? Of onduidelijk?
  • Waar gaat het boek vooral over? Is er één belangrijk hoofdonderwerp? Wat vind je van dat onderwerp? En van hoe dat onderwerp in het boek aan de orde komt? Over welke onderwerpen gaat het boek nog meer? Wie is de hoofdpersoon in het boek,  juffrouw Kachel of de dagboekschrijver? Waarom vind je dat? Is de dagboekschrijver een jongen of een meisje? Hoe weet  je dat? Is het boek daar duidelijk over?
  • Zie je dingen, patronen of stramienen, die steeds terugkomen? In het gesprek kunnen dan antwoorden aan de orde komen als: korte zinnen, wraakfantasieën, het woordje ‘inkt’, harde tekeningen, zich herhalende patronen in de tekeningen, lege of onleesbare tekstwolkjes.

Ook aspecten rondom vorm en opbouw/structuur: Is het een doorlopend verhaal? Zit er een ontwikkeling in? Passen de tekeningen goed of minder goed bij het verhaal? Vertellen de tekeningen het verhaal over juffrouw Kachel net zoals de woorden dat doen, of anders? Hoe zouden de tekeningen gemaakt zijn?

  • Vind je dat andere kinderen dit boek ook moeten lezen?

Spelregels en tips:

  • De leerkracht heeft een open houding: er is niet één waarheid, één oplossing of één goed antwoord. Een gesprek kan juist opbloeien door de diversiteit aan meningen en interpretaties.
  • De leerlingen moeten het boek goed kennen. Ze kunnen hun mening dan uitleggen aan de hand van fragmenten uit het boek.
  • Er zijn meer vragen mogelijk; elke leerkracht ontwikkelt daarin zijn of haar eigen stijl.
  • Zet de antwoorden van de kinderen in steekwoorden op het bord.
  • Alles mag gezegd of opgemerkt worden. Niets is gek of stom. Laat de leerlingen merken dat hun antwoord belangrijk is.
  • Iedereen luistert naar elkaar. Er wordt niet door elkaar heen gepraat.
  • Stel geen gesloten vraag waarop maar één antwoord mogelijk is. Vraag liever: ‘Waarom vind je dat?’ of ‘Vertel eens…’.
  • Laat het gesprek niet langer duren dan nodig. Het ene boek geeft meer gespreksstof dan het andere.
  • Deze manier om een groepsgesprek te voeren werkt het best als er regelmatig zo met elkaar wordt gepraat. Dan raken de leerlingen eraan gewend en gaan ze het leuk vinden om op ontdekkingsreis te gaan in een volgend boek.
  • Deze aanpak is gebaseerd op verschillende inspirerende boeken: Aidan Chambers: Vertel eens en De leesomgeving, Biblion, Den Haag 2001, en Jan van Coillie: Leesfeesten en boekenfeesten – Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken?, NBD/Biblion, Den Haag 2007.

Praten

Over werkelijkheid en fantasie I

Dit is mijn dagboek. Maar het is geen echt dagboek, waarin je schrijft over jezelf. Het is een dagboek over juffrouw Kachel, mijn juffrouw op school. (p. 4; 1e dr p. 5)

Bestaat juffrouw Kachel echt, denk je? Of is het een overdreven fantasie van de schrijver?  Lees een stukje uit het boek voor dat bij jouw mening past.

Veel kinderen vinden Juffrouw Kachel een grappig boek. Er zijn ook kinderen die het een naar en eng boek vinden. Wat voor kind ben jij? Of kun je het ook allebei tegelijk vinden?

Over werkelijkheid en fantasie II

Vannacht in bed dacht ik: Als ik een snoepje had dat van vergif was, zou ik dat dan aan haar durven geven? (p. 58, 1e druk p. 86)

De schrijver van het dagboek fantaseert over allerlei manieren om wraak te nemen op juffrouw Kachel. Vind je het goed dat hij zulke dingen fantaseert? Ook bijvoorbeeld als hij in zijn fantasie juffrouw Kachel wil vergiftigen?

Mag je zulke dingen bedenken? Waarom wel of niet?

Helpt het om zulke dingen te fantaseren? Of brengt het je alleen maar op slechte ideeën?

En wat vind je ervan als de dagboekschrijver zijn fantasieën echt zou uitvoeren en juffrouw Kachel bijvoorbeeld zou vergiftigen?

Is het belangrijk om verschil te maken tussen fantasie en werkelijkheid?

Over kindermishandeling

Ik wou dat de koningin er voor erge dingen was: dierenmishandeling, moord, brandstichterij en zo. En niet voor staatsiebezoeken en de Gouden Koets.(p. 48, 1e dr p. 72)

De schrijver van het dagboek zou willen dat de koningin ging helpen als er erge dingen gebeuren. Wat vind jij het ergste van het rijtje dat hij opschrijft? Kindermishandeling staat daar niet bij. Waarom noemt hij dat niet?

Op welke bladzijde staat de ergste kindermishandeling van juffrouw Kachel? Welke verschillende soorten kindermishandeling past juffrouw Kachel toe? Wat doet de dagboekschrijver om de kindermishandeling te stoppen? Wat vind jij van zijn oplossingen? Zou het helpen om de koningin een brief te schrijven?

Kindermishandeling komt in het echt veel voor. Lijkt ‘echte’ kindermishandeling op die in dit boek? Wat kun je doen als je merkt dat een kind wordt mishandeld? Of als je zelf wordt mishandeld?

Je kunt altijd de gratis Kindertelefoon bellen: 0800 – 0432. Mobiel of chat: 0900 – 0132. Voor meer informatie: www.kindertelefoon.nl

Over dagboeken

Ik schrijf net zo lang in dit dagboek tot we van haar verlost zijn. Dood of levend. Daarna schrijf ik er geen letter meer in. (p. 44, 1e dr p. 68)

De schrijver gebruikt zijn dagboek omdat hij het moeilijk heeft. Helpt hem dat? Zou het niet beter zijn als hij ook leuke dingen in zijn dagboek zou schrijven? Waarom is de schrijver op bladzijde 112 met zijn dagboek gestopt? Hij zou toch doorgaan tot de klas verlost was van juffrouw Kachel?

Een dagboek is altijd zeer privé. Niemand mag het lezen. Daarom hebben sommige dagboeken een slotje, of ze liggen op een geheime plaats. Maar dit dagboek over juffrouw Kachel is gedrukt en iedereen kan het lezen! Wat vind je daarvan?

Schrijf jij in een dagboek of heb je wel eens plannen om dat te gaan doen? Zou je dan alleen schrijven als je het moeilijk hebt? Of komen er ook leuke dingen in jouw dagboek? Zouden anderen in jouw dagboek mogen lezen? Wie wel/niet?

Ken jij mensen die een dagboek bijhouden? Ken je beroemde dagboeken?

Over het geweten

Een jongen uit mijn klas die bij haar in de straat woont zegt dat hij haar ’s avonds hoort janken.
Volgens mijn vader komt dat door haar slechte geweten.
Zou iedereen een geweten hebben? Ik ook? En zou dat een goed geweten zijn?
Ik probeer te bedenken waar mijn geweten zou kunnen zitten.
Mijn gedachten zitten midden in mijn voorhoofd. Dat weet ik, want daar gebeuren ze.
Mijn trek in ijs en pudding zit meer naar achteren, links.
Dingen die ik moet onthouden, zoals de opstelling van het Nederlands Elftal, meer naar onderen, in het midden.
Ik denk dat het geweten nog lager zit, helemaal achter je mond. Maar dat weet ik natuurlijk niet. (p. 52, 1e dr p. 78)

Zou juffrouw Kachel een geweten hebben?

Wat is eigenlijk een geweten, een slecht geweten, een goed geweten? Heeft iedereen een geweten of zijn er ook mensen zonder geweten? Het woord ‘gewetenloos’ bestaat. Hoe kom je aan een geweten? Heb je dat al bij je geboorte of krijg je het later? Van wie krijg je het of hoe gaat dat? Zit je geweten in je hoofd of ergens anders?

Over namen

Mijn moeder had bezoek van een nicht van haar. Tante Laurien. Ze hadden het over een jongen, Knoet, die vroeger heel lelijk was. (p. 60, 1e dr p. 88)

Wat vind je van de naam Knoet? En van de naam Laurien voor een tante? En wat vind je van Kachel als naam voor juffrouw Kachel?

In het boek hebben veel volwassenen en kinderen een naam. Zoek met elkaar een aantal namen op in het boek en bespreek ze. Passen ze goed bij de personages? Ga ook op zoek naar de naam van de dagboekschrijver. Hoe zou hij (kunnen) heten?

Over verschillende drukken

In de eerste vier drukken van Juffrouw Kachel staan tekeningen in zwart-wit. In de vijfde druk staan diezelfde tekeningen in kleur. Vergelijk de tekeningen. Wat vind je mooier: zwart-wit of kleur? Kun je uitleggen waarom? Wat vind je beter bij het verhaal over Juffrouw Kachel passen? Vergelijk ook de omslagen en de schutbladen van een boek uit de eerste vier drukken met een boek uit de vijfde druk.

Over andere boeken

Ken je een boek dat hier op lijkt? Of een boek over net zo’n soort onderwerp?

Ken je andere boeken over gemene schooljuffen of meesters? (Bijvoorbeeld Juffrouw Bulstronk uit Matilda van Roald Dahl.) Vergelijk die boeken met elkaar. Wat is bijna hetzelfde? Wat is erg anders? Vergelijk ook de tekeningen uit de verschillende boeken.

Ken je ook boeken over aardige en lieve juffen en meesters? Vergelijk ze met dit boek over juffrouw Kachel. Wat is leuker om te lezen: een boek over een lieve juf of over een slechte? Waarom vind je dat?

Doen

Tekst bij beeldverhaal schrijven

Dit is de eerste tekening van een verhaal zonder woorden in het boek.

En dit is de laatste tekening van dat verhaal zonder woorden. De tekeningen staan op bladzijde 64 tot en met 68.

Bekijk de vijf tekeningen en schrijf bij elke tekening één zin die erbij past. Samen vormen de vijf zinnen een verhaal. Je kunt deze opdracht ook met z’n tweeën doen.

Tekeningen zoeken

Op welke bladzijde staat de gemeenste tekening? Schrijf het nummer van de bladzijde op.

Op welke bladzijde staat de koudste tekening? De zieligste tekening? De griezeligste?

Heb je alle paginanummers opgeschreven? Vergelijk jouw nummers met die van een ander kind. Kijk in het boek en vertel elkaar waarom je juist die bladzijde hebt gekozen.

Staan er ook grappige tekeningen in het boek? Of lieve tekeningen?

Op welke bladzijde staat een tekening waarbij je zegt: Hou op! Bij welke tekening zeg je: Stom mens! Of: Net goed! Of: Kappen! Of: Goed idee! Zoek eerst zelf en vergelijk daarna de uitkomsten met elkaar.

Een gedicht schrijven

Op bladzijde 14 (1e dr p. 15) draagt juffrouw Kachel een zwarte jurk met in het wit ‘inkt’ erop geschreven.
Op bladzijde 50 (1e dr p. 77) draagt ze een jurk met bloemen. De wespen komen eropaf.

Wat staat er op haar jurk op bladzij 56 (1e dr p. 83)? Bloemen, schapen, koppen van eenden?

Blader door het boek en maak een lijst van de jurken van juffrouw Kachel.
Schrijf daarna bij elke jurk iets stoms, bijvoorbeeld: hij zit te strak, hij stinkt, er zit een gat in.

Maak met je aantekeningen een gedicht met als titel: De jurken van juffrouw Kachel.
Het wordt een lange, grappige lijst van rare, nare jurken. Ga niet rijmen.

Zielige zinnen zoeken

Ik heb een boek waarin staat: ‘Haar gezicht was betraand.’ Dat zinnetje zoek ik vaak op. (p. 21, 1e dr p. 30)

Spreek met elkaar af dat je een kwartier de tijd krijgt om de zieligste zin te zoeken in een boek van de school- of klassebibliotheek. Neem het boek mee en houd een voorleesronde van zielige zinnen. Kies de zieligste zin. Schrijf de kampioen-zielige-zin op het bord.

Lieve juffrouw of meester bedenken

Mijn broer heeft een andere juffrouw. Hij gaat haar thuis wel eens ophalen en loopt aan haar hand naar school. (p. 24, 1e dr p. 31)

Juffrouw Kachel is een vreselijke, verschrikkelijke juf. Maar het kan ook anders. Bedenk het omgekeerde van juffrouw Kachel. Hoe moet die juf of meester heten? Wat voor geweldige kleren heeft zij of hij aan? Hoe kijkt en praat die juf of meester? Hoe geeft hij of zij les? Overdrijf enorm de andere kant op. Maak er een vreselijk lieve juf of meester van. Blader door het boek over juffrouw Kachel om op tegenovergestelde ideeën te komen. Schrijf een stukje van tien regels over jouw overdreven superaardige juf of meester en lees het voor. Zou je bij hem of haar in de klas willen zitten?

Van harte-niet-beterschap kaarten maken

Ze mag ook ziek worden en altijd in bed blijven liggen. Dat zou fijn zijn. We zouden juichen met de hele klas onder haar raam. Altijd ziek. Van harte nooit meer beterschap! (p. 28, 1e dr p. 38)

Maak op een blanco correspondentiekaart met lelijke kleuren een lelijke tekening voor juffrouw Kachel. Doe er je best op, want lelijk is iets anders dan slordig. Schrijf er met lelijke maar leesbare letters op: ‘Van harte nooit meer beterschap!’

Maak een tentoonstelling van de kaarten. Probeer elkaar uit te leggen dat iets lelijks toch mooi kan zijn. Kies de mooiste lelijke kaart.

Een menukaart maken

Ik weet niet wat ze eet, maar ik bedenk dat het heel vies is. Soep met ogen, denk ik, en oud brood met zure zult. (p. 40, 1e dr p. 63)

Bedenk in groepjes van vier eten voor juffrouw Kachel dat helemaal niet lekker is. Ze krijgt een voorafje, een hoofdgerecht en een toetje. Ze krijgt er ook iets bij te drinken. Spelregel is dat alles mag behalve poep en pies. Bedenk met elkaar het menu; elk kind schrijft en tekent daarna een menukaart. Laat na afloop de menukaarten de groep rond gaan en griezel!

Toneelspelen

De een: Goedemorgen.
De ander: Goedemorgen.
De een: Hoe gaat het met u?
De ander: Met mij gaat het goed. En met u?
De een: Ook heel goed. Mooi weertje, hè?
De ander: Ja, heel mooi weertje.
De een: Wat doet u hier?
De ander: Ik wandel hier zo’n beetje. En U?
De een: Ik sta op het punt om af te rekenen.
De ander: Met wie?
De een: Met juffrouw Verwarming.
De ander: Zo zo. Dat staat u netjes. (p. 73, 1e dr p. 105)

Dit is een saai toneelstukje, maar wel met een dreigend einde.
Maak tweetallen, verdeel de rollen en lees de tekst voor. Overdrijf de saaiheid in het begin, maar ook de dreiging aan het slot.

Doe het boek na het voorlezen dicht en zeg samen de tekst uit je hoofd. Die mag best een beetje anders zijn dan in het boek. Bedenk dan samen hoe en waar je elkaar tegenkomt: in een park? Op een plein? Hoe groet je? Schud je elkaar de hand? Ben je blij elkaar te zien of is het juist vervelend? Maak er zo een kort toneelstukje van.

Ga aan het eind van het gesprek onverstaanbaar met elkaar fluisteren. De een vertelt met gebaren en mimiek wat hij van plan is. De ander reageert daarop; hij is het er wel of niet mee eens. Daarna loopt de een het toneel af. De ander blijft peinzend achter en zegt: Zo zo. Dat is wel grondig.

Verschillende tweetallen spelen dit stukje. Welke stukjes lijken op elkaar? Welk stukje springt eruit?

Spreekwolkjes vullen

Blader door het boek en ga in de tekeningen op zoek naar spreekwolkjes. Soms staat er een onleesbare tekst in. Vaak zijn de wolkjes leeg. Bedenk bij vijf spreekwolkjes een tekst en schrijf die op. Schrijf het nummer van de bladzijde erbij.

Vergelijk daarna jouw teksten met die van een ander kind. Lijken ze op elkaar of zijn ze heel verschillend? Als je met z’n tweeën dezelfde tekening hebt gekozen, maar je hebt verschillende teksten voor de spreekwolkjes bedacht, zijn het dan ook twee verschillende tekeningen geworden?

Zie je andere dingen in een tekening als je leest wat er in het spreekwolkje staat?

Nieuw slot schrijven

Ik wou dat ik droomde dat ze voor me zat, in de klas, en dat ik keihard aan haar haar trok.
Ik wou dat ik droomde dat ze een pad was en dat ik haar in een jampotje zette en vergat. Ik wou dat dat echt zo was. (p. 78, 1e dr p. 112)

Dit is het eind van het boek. Juffrouw Kachel staat nog steeds voor de klas. Vind je het een goed einde? Hoe zou het verhaal aflopen als jij de schrijver zou zijn? Bedenk jouw einde en schrijf dat op.

Wat hebben andere kinderen in jouw groep bedacht? Lees voor en vergelijk.

Links

Lieke van Duin en Jos van Hest

Naar boven